klinken op rendement

Het Financieele Dagblad 05 november 2005

Hanno Bakkeren

Beleggen in wijn heeft een twijfelachtige reputatie. Een onlangs gelanceerd wijnfonds wil bewijzen dat het ook anders kan.
Voor journalisten is het een dankbaar onderwerp, beleggen in wijn. Getuige de vele artikelen in de krantenarchieven wordt de sector geplaagd door fiasco's en oplichterspraktijken en ligt de beeldspraak voor het oprapen: 'zure afdronk voor wijnbeleggers', 'flessentrekkerij', of 'oude wijn in nieuwe zakken'.
Neem het 'Bordeaux Wijnfonds 2001'. In advertenties in Elsevier en Beleggersbelangen spiegelde de Arnhemse initiatiefnemer en directeur Abraham J. zijn beoogde beleggers rendementen tot twintig procent per jaar voor met investeringen in befaamde Grands Crus als Pauillac, Margaux, St. Emilion, Pomerol en Sauternes. Veel beleggers hapten toe, maar bleken bedrogen. De wijn werd nooit gekocht en het geld was verdwenen. In april dit jaar werd J. veroordeeld tot zes maanden cel wegens oplichting.
Ook het in Amsterdam gevestigde Bordeaux Advisory bleek omstreden. Initiatiefnemer J.B. Taylor presenteert zich op zijn website als een soort makelaar in topwijnen. Door de flessen voor zijn beleggers voordelig in te kopen, tijdelijk op te slaan en vervolgens met een fikse winst door te verkopen, verwacht Taylor jaarlijkse rendementen van ruim dertig procent. En als de wijn onverhoopt onverkoopbaar blijkt? Geen nood, want dan is er altijd nog de Claret Contingency Fund Foundation, Taylors eigen garantiefonds, dat de flessen desnoods tegen een vooraf afgesproken prijs terugkoopt.
De praktijk bleek weerbarstiger. Een belegger die zijn geld terug wilde, lukte dat pas na een inval van Pieter 'Breekijzer' Storms. Van voordelig inkopen was ook geen sprake, ontdekte het blad Perswijn. Voor een kistje Château Bois Martin bracht Taylor een belegger 1200 euro in rekening, terwijl diezelfde flessen in de reguliere handel niet meer dan een tientje kostten.
Is er dan niets goeds te melden over beleggen in wijn? Toch wel. Het Orange Wine Fund van Kempen & Co behaalde over de laatste drie jaar een rendement van gemiddeld 16 procent per jaar. Ook de beleggers in Bergwater Vineyards, een initiatief van de Almeerse businessclub DKGR en de Zuid-Afrikaanse gebroeders Schoeman, lijken dik tevreden. Over rendementen is nog weinig te zeggen omdat Bergwater pas in 1999 is begonnen met de ontwikkeling van de wijngaarden in de Zuid-Afrikaanse Prince Albert Valley, maar de eerste verkopen waren veelbelovend.
Wat het Orange Wine Fund en Bergwater Vineyards onderscheidt van eerdergenoemde twijfelachtige initiatieven is dat ze niet investeren in flessen wijn, maar in het productieproces. Orange belegt in wijngerelateerde beursgenoteerde bedrijven, Bergwater ontwikkelt zijn eigen wijngaarden.
Als je, zoals Willem Baron van Dedem, anno 2005 beleggers hoopt te interesseren voor een wijnfonds dat toch in flessen Bordeaux belegt, zul je dus met een buitengewoon goed verhaal moeten komen. En het moet gezegd: dat doet hij dan ook.
Het idee voor een wijnfonds ontstond tien jaar geleden, nadat Baron van Dedems oog in het vliegtuig op een tijdschrift met een opvallende advertentie viel: 'Fax mij uw wijnkelder en ik doe u een bod.' Baron van Dedem, destijds behalve bankier ook een fervent wijnliefhebber, had in de loop der jaren een aardige wijnkelder opgebouwd en faxte de adverteerder zijn wijnlijst. 'Ik schrok van zijn antwoord. Sommige wijnen, vooral de rode top-Bordeaux, bleken jaarlijks meer dan vijftig procent in waarde te zijn gestegen. Voor witte wijnen en bijvoorbeeld Bourgognes was de waardeontwikkeling veel grilliger en soms ronduit teleurstellend. Zo ontstond langzaam het idee om er iets mee te doen.'
In 2001 lanceerde Baron van Dedem Het Wijnfonds. Circa negentig beleggers, grotendeels afkomstig uit de eigen familie- en relatiekring, legden gezamenlijk een kleine 1,4 miljoen euro in waarmee Van Dedem kon gaan beleggen. In de goed beveiligde klimaatkelder liggen de kisten Pétrus en Margaux tot aan het plafond opgestapeld. Wat de flessen waard zijn zal over een paar jaar moeten blijken. Het Wijnfonds kent een totale looptijd van twaalf jaar en wordt in 2013 geliquideerd. 'Gelet op de historische prijsontwikkelingen stijgen de wijnen de eerste acht jaar het snelst in waarde. Daarna blijft de waarde stijgen, maar vlakt de groei af.' Vandaar die twaalf jaar: Vijf jaar om op te bouwen, twee jaar om te consolideren (mogelijkheid tot zowel aan- als verkoop van wijn), en vijf jaar om af te bouwen en het fonds te liquideren.
Het Wijnfonds is inmiddels gesloten en daarom acht Van Dedem de tijd rijp voor een nieuw en groter fonds: Grand Cru. De komende weken hopen Van Dedem en zijn twee mededirectieleden van Grand Cru Beleggingsmaatschappij bv maar liefst 30 miljoen euro op te halen, verdeeld over 1200 participaties van 25.000 euro elk, te betalen in vijf jaarlijkse termijnen van vijduizend euro. Ook dit fonds belegt in Grands Crus uit de Bordeaux en heeft een looptijd van dertien jaar. De wijn zal in Frankrijk worden opgeslagen, bij een gespecialiseerde wijnopslag. Grand Cru verwacht over de gehele looptijd een rendement van gemiddeld vijftien procent per jaar. Het eerste dividend zal naar verwachting na afloop van de consolidatiefase (2013) worden uitgekeerd en kan desgewenst worden omgezet in wijn.
Wat maakt Grand Cru anders dan zijn voorgangers? Nu, allereerst de mensen die erachter zitten. Een betrouwbaar verleden geeft natuurlijk geen garanties voor de toekomst, maar het zijn alledrie mensen die weten waarover ze het hebben en een goede naam hoog te houden hebben. Van Dedem werkte twintig jaar voor onder andere ING en F. Van Lanschot Bankiers. Niek Baardemans is een ervaren registeraccountant. En Christophe Sevenster was als gediplomeerd vinoloog onder andere werkzaam bij het Wine Department van veilinghuis Christie's.
Niet de eersten de besten dus, en dat geldt ook voor de wijnen waarin belegd gaat worden. Het fonds zal nagenoeg uitsluitend beleggen in rode Bordeauxwijn van Grand Cru kwaliteit. Wijnen waarvoor je in de 'primeur campagne', het jaar van uitkomst, al snel een kale inkoopprijs van 130 euro betaalt. Achter in de prospectus is een wijnlijst opgenomen met daarop onder andere namen als Château Lafitte-Rothschild, Latour, Mouton-Rothschild, Haut-Brion, Pétrus, Petit-Village en Bouscaut. Deze allerbeste Châteaux hebben volgens Van Dedem door de jaren heen een spectaculaire prijsontwikkeling laten zien en zijn bovendien niet voor iedereen toegankelijk waardoor ze schaars blijven. Met ontoegankelijk doelt hij op de manier waarop de kisten topwijn in de 'primeur campagne' worden toegewezen. Franse négociants werken met zogeheten allocations: ze worden alleen verkocht aan bestaande afnemers of klanten die tevens grote hoeveelheden andere (mindere) wijn van andere châteaux afnemen. Particulieren komen daar niet tussen, maar Grand Cru volgens Van Dedem wel, dankzij de contacten die met Het Wijnfonds zijn opgebouwd.
Over de kosten is de prospectus helder. De accijnzen en kosten voor opslag, verzekering, transport, veiling en bankgaranties zijn netjes gespecificeerd. Daarnaast rekent de driekoppige directie een jaarlijkse beheervergoeding van 2,5 procent over het fondsvermogen, ofwel 250.000 euro de man per jaar. Niet kinderachtig, maar in beleggersland niet uitzonderlijk. Van dat geld zullen ze overigens wel zelf alle overige kosten voor reis, verblijf, kantoor, advies en administratie moeten betalen. Verder betalen beleggers een succesfee van 10 procent over het behaalde rendement, indien en voor zover dat rendement hoger is dan de voorziene vijftien procent per jaar.
Zijn er ook risico's? Jazeker. Ook top-châteaux kunnen vieze wijn maken. Daarom gaat Grand Cru alles zelf proeven. Van Dedem: 'Als er een slecht jaar tussenzit, slaan we dat gewoon over. Dankzij de ruime opbouwfase hebben we geen beleggingsdruk.' Een ander risico is verlies of diefstal. Om dat te ondervangen worden de flessen tegen actuele waarde verzekerd. Absolute downside: de wijn kan onverkoopbaar blijken. Maar dan hebben beleggers gelukkig nog altijd de mogelijkheid hem zelf op te drinken.
Meer informatie: www.grandcrubv.nl
Copyright (c) 2005 Het Financieele Dagblad

Naschrift Wine Management B.V.:

Wij hebben de heer Bakkeren voor publicatie gewezen op de feitelijk onjuiste weergave van de managementfee en vooral op de wat suggestieve uitspraak ”ofwel 250.000 euro de man”. In de Prospectus van 30 augustus 2005 is opgenomen dat de managementfee van 2,5% per jaar over het Gecommitteerd Fondsvermogen wordt berekend. Dit betekent dat, in tegenstelling tot de meeste andere beleggingsfondsen, de fee gelijk blijft gedurende de looptijd en nu juist niet oploopt naarmate het Fondsvermogen stijgt (15% per jaar enkelvoudig).
De managementfee wordt gedeclareerd door Wine Management B.V. en niet door de drie initiatiefnemers, zoals ten onrechte wordt gesuggereerd door de heer Bakkeren. Indien het maximale Fondsvermogen van 30 miljoen euro bereikt zou worden in de emissie die openstaat tot 15 december 2005, dan is het rekenkundig juist dat de bruto managementvergoeding ten laste van het Fonds 750.000 euro per jaar bedraagt. Zoals wel juist is opgenomen, gaan daar alle eigen kosten en belastingen van Wine Management nog vanaf.
Zoals in de Prospectus is opgenomen, worden alleen die kosten die specifiek zijn vermeld in de Prospectus ten laste van het Fonds gebracht, alle overige kosten worden geacht te zijn begrepen in de managementfee. Hiermee wordt bereikt dat er voor de belegger nooit achteraf sprake kan zijn van “verborgen kosten”.